nieuws
over ons
onze honden
Kennelnaam
puppies
namomelingen
showverslagen
links
contact
foto's
|
De rasstandaard van de Wetterhoun
Algeheel beeld
Een eenvoudige hond, vanouds de hond
voor de otterjacht, die zonder log of plomp te zijn, fors gebouwd is.
Een forsere, grotere en meer gedrongen verschijning dan de
Stabijhoun. Een hond wiens huid goed gespannen is en die dan ook geen
keelhuid noch hanglippen vertoont.
Toelichting:
De Wetterhoun is een eenvoudig gebouwde hond. De stoere bewaker
van het erf, de forse en moedige strijder tegen het gevaarlijke wild (
bunzing, otter, wilde kat). Kortom de jager voor het "zware" werk. Niet
plomp of log van bouw, maar soms een beetje lomp in zijn optreden. In
het spel kan het er best eens, per ongeluk, wat hard aan toe gaan. De
huid voelt dikker de stugger dan die van de Stabij. De huid is "goed op
maat gepast", niet te ruim, en niet te strak.
Aard
en rustige hond met een onafhankelijk, (eigenzinnig) karakter, enigzins
gereserveerd voor vreemden. Waaks en dus een ideale erfhond.
Toelichting: De Wetterhoun oogt wat
grimmig. Dit wordt veroorzaakt door de gelaatsuitdrukking, die door de
stand van de ogen in de brede schedel met de korte stevige snuit
grimmig lijkt. Maar de Wetterhoun heeft een uitermate zacht karakter,
voor zijn vrienden is hij " een schaap in een berenvel" , maar
voor zijn schaarse vijanden is het een krachtig bolwerk vol moed. De
Wetterhoun is een beetje eenkennig, hij is niet zomaar op slag
vertrouwd met iedereen. De Wetterhoun is oneindig geduldig met kinderen
en is zeer betrouwbaaar en evenwichtig. Het onafhankelijk karakter
vertaald zich vooral in het graag alles zelf willen bepalen, ofschoon
hij best vanzins is zijn baas van tijd tot tijd tegemoed te komen.
Gehoorzamen is vaak een punt van zorg. Oost-indisch doof, na
herhaaldelijk stemverheffen maakt hij aanstalten om te luisteren. Niet
arrogant, maar zelfbewust. Een door en door lieve hond, die als het
nodig is, zeker durft aan te vallen, maar hij is van aard beslist niet
agressief.
De Wetterhoun is nog veel meer dan de Stabij, berekend op het buitenleven, zijn vacht is een uitgesproken watervacht.
Hoofd
Een "droog"
hoofd, dat in verhouding tot het lichaam fors en krachtig is. De snuit
en de schedel zijn even lang. De schedel is licht gewelfd en geeft meer
de indruk breed dan lang te zijn. De schedel gaat met een lichte
ronding over in de wangen, waarvan de spieren matig zijn ontwikkeld. De
overgang van de schedel
in de snuit gaat geleidelijk en wordt slechts in gericge mate
aangegeven. De snuit is krachtig en wordt maar weinig smaller naar de
neus toe ( zonder enige schijn van spitsheid en goed afgeknot). De neus
is recht, dus van opzij gezien geen bolle of holle lijn tonend. De
neusrug is breed, de neus goed ontwikkeld met goed geopende neusgaten.
De lippen goed aangesloten (niet overhangend), en een krachtig en
scharend gebit.
Toelichting: Het hoofd van de
Wetterhoun is minder "droog" dan dat van de Stabijhoun. Dit komt door
de stuggere huid van de Wetterhoun en door de korte stugge beharing op
het hoofd. Opvallend is de brede schedel maar het Wetterhoofd mag geen
grofheid vertonen, zoals bijv. hanglippen. |
 |
Oren
 |
De
oren zijn vrij laag aangezet met een niet sterk ontwikkelde oorschelp,
zodat de oren goed gevouwen en zonder enige draai vlak tegen het hoofd
worden gedragen. De oren zijn middelmatig lang en hebben de vorm van
een troffel. De beharing is een typische eigenschap van het ras. Zij is
gekruld bij de basis van het oor vrij lang en neemt naar beneden
geleidelijk in lengte af, terwijl het onderste 1/3 deel met kort haar
is bezet.
Toelichting: Hetzelfde oor dus
als bij de Stabij, met dit verschil , dat de oorschelp van de
Wetterhoun toch wat stugger is dan die van de Stabij en een gekrulde
beharing heeft. |
Ogen
De
ogen zijn middelmatig groot, eirond, met goed aangesloten oogleden,
zonder bindvlies te laten zien. Zij liggen iets schuin in het hoofd,
waardoor de wat grimmige uitdrukking ontstaat. Zij puilen niet uit en
liggen ook niet diep. De kleur is donkerbruin voor honden met een
zwarte grondkleur en bruin voor honden met een bruine grondkleur.
Toelichting: De ogen van een
Wetterhoun staan iets scheef in het hoofd. Dat maakt de blik van de
Wetterhoun wat grimmig. Een te licht oog misstaat de Wetterhoun,
ofschoon een iets te licht oog in een Wetterhoofd niet zo stoort als
dat bij de Stabij doet. |
 |
Neus
 |
De
neus is zwart voor honden met een zwarte grondkleur en bruin voor
honden met een bruine grondkleur. Niet gespleten en de neusgaten zijn
goed geopend. De neusspiegel is goed ontwikkeld.
Toelichting: Een goed
ontwikkelde neus, met ruime neusgatenis van belang voor een goede
luchtdoorstroming en dat is hard nodig voor een hond met een goed
uithoudingsvermogen. Bovendien is de neus de "radar' van de jachthond.
|
 |
Hals
Borst
| De hals is kort, krachtig en rond in
een zeer stompe hoek overgaand in de ruglijn, zodat het hoofd doorgaans
laag gedragen wordt. De hals is licht welvend en geen keelhuid of wammen. |
 |
Van
voren gezien breed, meer breedte dan diepte tonend en daardoor staan de
voorbenen vrij ver van elkaar. De onderborst is gerond en reikt niet
dieper dan tot de ellebogen. |
 |
Lichaam
 |
Het
lichaam is zeer krachtig. De ribben zijn goed gerond met goed
ontwikkelde achterribben. de rug is recht en kort met een weinig
afvallend kruis. De lendenen zijn krachtig en de buik maar matig
opgetrokken.
Toelichting: Het lichaam van de
Wetterhoun is kort en zeer krachtig. Een ruime borstkas biedt voldoende
plaats voor goed ontwikkelde longen, hoewel hij op het land een minder
goed atleet is dan de Stabij, maar in het water zijn zij elkaars
gelijken wat het uithoudingsvermogen betreft.
|
Staart
De
staart is lang, matig hoog gedragen en tot spiraal opgerold, gebogen
over het kruis, zodat de spiraal naast het kruis komt te hangen.
Toelichting: De spiraalstaart, die als een sieraad van de hond wordt beschouwd, is bezet met krullen. |
 |
Voorhand
Achterhand
 |
De
schouder is goed aangesloten aan het lichaam. Het schouderblad is
schuin geplaatsten goed gehoekt. Benedenarm is krachtig, goed recht,
voorvoeten recht, niet doorgezakt. De voeten zijn rond, tenen goed
ontwikkeld en gebogen met krachtige voetzolen. |
De
achterhand is krachtig, matige hoeking van darm- en dijbeenen van
dijbeen en schenkelbeen. Schenkelbeen niet te lang. Hiel dicht bij de
grond geplaatst, achtermiddenvoet is dus kort. Achtervoeten rond met
goed ontwikkelde voetzolen. |
 |
Beharing
 |
Behalve
op het hoofd en de benen, overal bedekt met krullen. Het zijn vaste,
stevige krullen van bundels haar. Enkelvoudige krullen of krullen van
te dunne haarbundels geven de hond een wollig aanzien en dat mag dus
niet! Het haar zelf is vrij grof en voelt iets vettig aan.
Toelichting: Het is geen
poedel-krul, maar het heeft meer van astrakan. Soms is het moeilijk die
typische krul goed te fokken. Het komt dus voor dat de krullen wat
"uitgezakt" zijn. Het haar op zich is grover dan dat van de Stabij. Het
voelt vettig aan en als men de hand tussen de krullen steekt, ruikt het
als de buitenlucht van het Friese waterlandschap. Overigens is het een
vacht die snel opdroogt na een zwempartij. |
Kleur en grootte
De kleuren, die
de officiele raspunten aangeven zijn niet helemaal volledig. De
Wetterhoun kent verschillende kleurschakeringen, namelijk eenkleurig
zwart of bruin, verder zwart en bruin met witte aftekeningen, waarbij
in het wit schimmel en/of spikkels mogen voorkomen. Deze witte
aftekeningen mogen ook op het hoofd vookomen in de vorm van een bles of
witte neus.
Toelichting: Bij geheel zwarte en
geheel bruine honden is er vaak sprake van een witte bef en/of witte
sokken. De zwart-bonte of bruin-bonte honden hebben praktisch
egaal witte vlakken met zwarte/bruine platen of het wit heeft een
schimmelig aspect ( we spreken in dat geval van een blauw- of
bruinschimmel).
 |
 |
 |
 |
| Fokke Friso fan de Zeushounen |
Zoe van de Kapelberg |
Nykle Rijkman van de Kraay Heide |
Oedske |
De ideale schofthoogte voor een Wetterhoun reu is 59 cm, voor teven is de ideale hoogte 55 cm.
|